Mijn vader heeft mij behoorlijk effectief opgevoed. Ik heb me nog steeds niet los geworsteld van zijn invloed. Ik ben me er dagelijks – rond etenstijd – van bewust dat ik één van de vroegere huisregels overtreed. Na een vermoeiende werkdag van acht uur heb ik geen zin meer in urenlang kokkerellen om een voedzame maaltijd op tafel te zetten. Dat los ik op door een kant-en-klaar-maaltijd de magnetron in te schuiven. Met zo’n magnetronmaaltijd plof ik dan op de bank voor de televisie. ‘Eten doen we met elkaar aan tafel,’ hoor ik dan mijn vader met een vermanende stem zeggen in mijn achterhoofd. Maar alleen aan de grote eettafel zitten is nogal ongezellig. Daarom eet ik meestal in het gezelschap van Daphne en Albert (van RTL Boulevard).
Eerder keek ik soms naar het NOS Journaal maar dat trek ik niet goed omdat ik in de jaren tachtig ben opgegroeid. Dan ben je van de kinderen-voor-kinderen-generatie en maak je je druk om alles dat riekt naar oneerlijkheid. Als zevenjarige was ik al tegen het doodknuppelen van zielige zeehondjes en bont in het algemeen. ’s Avonds kon ik niet slapen vanwege de zure-regen-problematiek. Nog steeds ben ik behept met een extreme begaanheid met alles wat er op de wereld gaande is. Het voelt dus niet goed om met het bord op schoot geïnformeerd te worden over een hongersnood. Bovendien eindigt het NOS Journaal iedere avond met een cliffhanger waar de scriptschrijvers van Goede Tijden, Slechte Tijden een voorbeeld aan kunnen nemen. Voor je het weet zit je dan iedere avond gespannen voor de buis om te zien hoe die oorlog verloopt. Daarom kijk ik tegenwoordig alleen nog naar het jaaroverzicht van het nieuws in december dan weet je tenminste meteen de afloop.
Gelukkig is RTL Boulevard een stuk lichtvoetiger. Naast Daphne en Albert is er altijd een derde persoon in de uitzending aanwezig. Meestal een deskundige in een onderwerp waarvan ik niet wist dat je je daarin kunt verdiepen. Tijdens het avondmaal word je dan bijgepraat over het wel en wee van het Nepalese koningshuis. En krijg je de tien restaurants voorgeschoteld waar je de meeste kans maakt om een bekende Nederlander tegen het lijf te lopen. Of een indringende reportage van vijf minuten over de invloed van de teenslipper op het Nederlandse modebeeld. Oftewel onderwerpen waar ik weinig van opsteek maar waarvan ik ook niet wakker kan liggen.
Van het zuurverdiende loon van mijn eerste betaalde baan kocht ik een auto. Na jarenlang forens te zijn geweest en met openbaar vervoer van school naar huis te hebben gereisd, was de auto voor mij een eerste levensbehoefte.
In mijn studententijd heb ik – vanwege de gratis OV-jaarkaart – veel gebruik gemaakt van de bus en de trein. Met tegenzin, want het reizen met het openbaar vervoer vond ik geen pretje. Sommige mensen houden blijkbaar van deze vorm van zelfkastijding want het aantal passagiers groeit nog jaarlijks. Je krijgt mij echt met geen stok meer in de bus of trein.
Mijn eerste auto verschafte mij een immens gevoel van vrijheid. Ik kon zomaar tot in de late uurtjes op een feestje blijven plakken. Een auto rijdt immers prima om drie uur ’s nachts. Wat van de meeste treinen niet gezegd kan worden. Wanneer je reist met het openbaar vervoer dan word je geleefd door de klok. Je moet op tijd bij de halte of het perron zijn. Helaas zijn de chauffeurs niet even punctueel. Regelmatig heb ik achter een bus aangerend die te vroeg vertrok van de halte bij mijn huis. Of ongepland te vroeg op een winderig perron gestaan vanwege een vertraging.
Vooral het comfort in de treinen hield niet over. Aan de oranje neplederen-bekleding plakte je met je zweterige billen in de zomer aan vast. Of je mocht plaatsnemen in het zweet van een voorgaande passagier. In de spits werd ik vaak gedwongen tot ongewild voetjevrijen vanwege het gebrek aan beenruimte. Terwijl je al gênant krap bil aan bil met z’n tweeën op zo’n bankje zat. Soms mocht je de reis maken in de lichaamsgeur van een onfrisse buurman. Je besprenkelt een wildvreemde niet zomaar met wat eau de toilette. Al had ik daar soms een ernstige neiging toe.
In een vlaag van nostalgische verstandsverbijstering besloot ik laatst om per trein en bus naar de tandarts in mijn oude woonplaats te reizen. Naast de route was ook de trein veranderd: stoffen bekleding op stoelen en stiltecoupés om het luisteren naar het gedreun van koptelefoons of telefoongesprekken te voorkomen.
Na een uitstekende heenreis had ik bijna mijn oordeel bijgesteld. Totdat op de terugreis de trein te laat arriveerde en de enige vrije stoel in de spits kauwgom in de bekleding had zitten. Om dat soort ongemakken te voorkomen, wil ik met mijn auto best een beetje extra opwarming van de aarde op mijn geweten hebben.
01.03.2008 13:33 Geen reactiesOndanks dat ik op school nooit slecht was in het lezen en schrijven van de Nederlandse taal, zag ik als een blok op tegen het eindexamenjaar op de middelbare school.
De schoolonderzoeken van het vak Nederlands bestonden uit de onderdelen tekstverklaren en een mondeling over zes gelezen boeken die op de boekenlijst stonden. Tekstverklaren deed ik volop maar dan vooral het betekenis geven aan de cryptische songteksten van Björk, Tori Amos en grungebandjes. Het lezen was ook geen punt: ik las soms een heel magazine van cover tot achterkant uit. Helaas stonden die bladen niet op de boekenlijst.
Aan het begin van het examenjaar begon ik met het lezen van “Het bittere kruid” van Marga Minco. Uitgekozen op het aantal pagina’s, 93 om precies te zijn, minder pagina’s dan de gemiddelde Vogue. Volgens mij heeft dat boek zijn succes voornamelijk te danken aan studenten die liever lui dan moe zijn. Volwassenen heb ik “Het bittere Kruid” namelijk nooit horen aanhalen tijdens een geëngageerd gesprek over de Nederlandse literatuur. Maar misschien ligt dat meer aan mij omdat ik weinig gesprekken over de literatuur voer.
Enfin, na het lezen van Tim Krabbe’s “ Het gouden ei” (98 pagina’s) waren de dunne boeken zo’n beetje op.
Vakkundig heb ik de titels van de overgebleven boeken toen beoordeeld. Het mocht dan een noodzakelijk kwaad zijn om meer pagina’s te moeten doorworstelen, ik probeerde te voorkomen dat het om al te zware kost zou gaan. Eerst schrapte ik de saaie titels. Daarmee vielen de boeken van Gerard Reve en Harry Mulisch alvast af.
Een lichte voorkeur had ik voor boeken die verfilmd waren. In die tijd vrijwel altijd met Monique van de Ven in de hoofdrol. Mocht ik in tijdnood komen, kon ik altijd nog besluiten om alleen de film te kijken. Er bleven door deze selectie vooral boeken van Jan Wolkers over. Door verhalen over strikvragen over verschillen tussen het boek en de film, heb ik op het kijken van de films alleen niet durven te gokken.
Na het inleveren van de boekverslagen mocht ik het mondeling doen bij mijn bijna gepensioneerde lerares Nederlands. ‘Wat zijn de meest opvallende overeenkomsten van “Brandende liefde” en “Turks fruit”?’ was haar openingsvraag. Direct moest ik denken aan het vele geurineer in niet daarvoor bestemde voorwerpen zoals wasbakken en vazen. Dat en de vele rauwe sex bespreek je als puber niet met een vierenzestigjarige.
Daar zat ik dan met rooie oortjes. Precies zoals Jan Wolkers het gewild had.
01.02.2008 12:52 Geen reactiesHet meest verschrikkelijke ouderdomsverschijnsel is dat je vanaf een bepaalde leeftijd niet meer meekomt met nieuwe technologische ontwikkelingen. Als kind vond ik het dodelijk vermoeiend om aan mijn opa en oma het nut van een cassettebandje uit te leggen. Ik vond dat namelijk vanzelfsprekend en het cassettebandje was voor mij van levensbelang. Een pubertijd is incompleet zonder het hard draaien van muziek die je vader niet om aan te horen vindt. Mijn grootouders hadden geen behoefte aan het zelf maken van geluidsopnamen. Zij wilden geen mixtapes maken van liedjes van allerlei artiesten, rechtstreeks opgenomen van Hilversum 3.
Ik had het me voorgenomen om later – als ik oud was – niet te veranderen in zo’n digibeet die constant roept dat vroeger alles beter was. Nu heb ik de leeftijd die ik als puber oud vond. En steeds vaker vraag ik me hardop af of bepaalde nieuwe technologische snufjes nou nodig zijn. Ik vind het jammer van de tijd als een geniale uitvinder concepten en producten bedenkt die overbodig zijn. Soms raakt zo’n - in mijn ogen overbodige- uitvinding opeens helemaal in zwang.
Een voorbeeld is de uitvinding van de SMS. Dat kun je eigenlijk geen nieuwe ontwikkeling meer noemen omdat het al jaren wordt gebruikt. Voor mij is het nieuw. Want op deze historische dag, 1 januari 2008, heb ik mijn allereerste SMS verstuurd. Om heel veel mensen tegelijkertijd een gelukkig nieuwjaar te wensen. Best handig, dat geef ik toe, omdat het veel sneller is dan al die mensen persoonlijk bellen terwijl je nooit verbinding krijgt omdat het telefoonnetwerk overbelast is.
Toch staat de SMS mij tegen. Een beetje uit principe maar ik heb er ook ’n paar echte redenen voor. Zo moet je om bepaalde letters te typen drie keer dezelfde toets indrukken. Voor de SMS met de tekst ‘Gelukkig nieuwjaar! Groeten, Paul” heb ik 57 toetsen ingedrukt voor 30 letters, spaties en leestekens. Niet echt van deze tijd als er toetsenborden bestaan waarmee je direct, met één druk op de knop, de juiste letter typt. Dat fraaie staaltje techniek hebben mijn grootouders zelfs nog meegemaakt.
Omdat mensen van nature lui zijn en het irritant is om toetsen tig keer in te drukken, worden veel woorden afgekort. Dan krijg je berichten als ‘U2. KBEL NOG. X’. Het ziet er uit als de titel van een single van Prince uit de jaren tachtig. En dat noemen wij dan moderne communicatie anno 2008.
01.01.2008 07:17 Geen reacties
Op paulsinnema.nl publiceer ik mijn columns. De columns kunnen gaan over het heden of verleden, bevatten feiten en fictie. Het is geen dagboek. Mijn privacy is voor mij belangrijk. Alles © paulsinnema.nl
Het is mogelijk om op de columns te reageren. Ik vind dat een kritische reactie de columns interessanter en levendiger maken. Een reactie wordt vooraf door mij gemodereerd. Reacties mogen niet discriminerend zijn. Scheldwoorden of vloeken worden door mij uit een reactie verwijderd. Reacties die niets te maken hebben met de column in kwestie (zoals commerciële boodschappen) worden niet geplaatst.
Deze site draait op Pivot en wordt gehost door Pivothosting. Er is een Rssfeed en een Atomfeed beschikbaar. Contact met mij opnemen kan via de mail.
Ik lees zelf graag de weblogs van Aukje, BW14, Elswhere, Gobblefunk, I Am Zero, Kaals, Koekjesfabriek, Lief Dagboek, Maanisch, Merel Roze, Sanye, Vandenb, Verbal Jam, Wereldpeer.